Teelt in vogelvlucht

1) Levenscyclus

Champignons planten zich voort met sporen die geproduceerd worden op plaatjes in de hoed. Bij afrijping van de champignon opent de hoed zich zodat de sporen vrij komen. Vallen deze sporen op een geschikte voedingsbodem, dan zullen ze ontkiemen en aanleiding geven tot de ontwikkeling van een zwamvlok. De zwamvlok noemt men in het vakjargon 'mycelium'.

Wanneer de omstandigheden gunstig zijn (in de natuur is dit vaak de herfstperiode) gaat het mycelium over tot de knopvorming, dit is de aanleg van de eigenlijke vruchtlichamen of champignons. Deze kleine knoppen groeien in snel tempo uit tot volwaardige champignons. Bij ons in een gestuurde teelt verdubbelt de champignon elke 24 uur in gewicht en grote.

Om champignons te telen, moet men deze levenscyclus in stand houden en optimaliseren. Daarvoor is behoefte aan een geschikte voedingsbodem voor de champignon, de geschikte rassen en een aangepast klimaat. Ook vrijwaring tegen allerhande ziekten en plagen is belangrijk. Enkel bij een optimale sturing van dit alles kunnen we onze klanten een kwalitatief hoogstaand product aanbieden.

2) Champignon compost

De champignon compost wordt gemaakt in Nederland met de volgende ingrediënten: stro, kippen/ en paardenmest, gips en veel water. Er worden verder geen chemicaliën gebruikt. Na het mengen van deze ingrediënten begint het fermentatieproces. Dit proces eindige met het product champignoncompost met daarin graankorrels met daar op kleine schimmeldraden.

3) Myceliumgroei

Mycelium is een ander woord voor schimmeldraden. Deze groeien in ongeveer 16 dagen bij een composttemperatuur van 25°c. op het einde van de periode myceliumgroei spreekt men van doorgroeide compost.

4) Dekaarde

In doorgroeide compost kunnen zich geen vruchtlichamen, de champignons, vormen. Daarom wordt de compost afgedekt met een zogenaamde deklaag met een dikte van ca 5 cm., bestaande uit een mengsel van 80% turf en 20% schuimaarde (een afvalproduct van de suikerindustrie). De dekaarde moet aan enkele bijzondere eisen voldoen. Namelijk vrij zijn van ziektekiemen en de juiste structuur hebben. Om dit te bereiken worden speciale machines gebruikt. Verder moet de zuurgraad exact een pH 7,5 zijn en de grond veel water kunnen vasthouden.

De bacteriën die in deze dekaarde leven stimuleren het mycelium tot het vormen van vruchtlichamen, de champignons. Zonder deze bacteriën zouden geen champignons gevormd worden. Daarom kunnen alleen champignons worden geteeld als compost in combinatie met dekaarde wordt gebruikt.

5) Vullen

Wij vullen hier doorgroeide compost van onze compostleverancier CNC. Bij het vullen maken wij gebruik van diverse machines vul- en afdekmachine (onder) deze vult een dikke laag compost en legt er ongeveer een laag van 7 cm dekaarde op.

Dit pakket word in een geheel in de stelling getrokken. Tussen de stelling en de compost zit een mat van speciaal nylon, deze word over het bed getrokken doormiddel van de treklier.

6) Koelen

Als het mycelium ongeveer tot de helft is ingegroeid in de dekaarde gaan we de dekaarde met het bovenste laagje compost mengen dit noemen we opruwen. Dit bevordert de knopvorming en zorgt er voor dat het tijdstip van aanpluk nauwkeurig kan worden bepaald. De dekaarde is dan weer lekker luchtig en perfect op vocht. De meeste bedrijven doen deze handeling niet meer om het feit dat het arbeidsintensief is, bij Maasland Champignons word deze handeling nog altijd gekoesterd vooral om het feit dat het productie en de kwaliteit aanzienlijk bevorderd.

Als het mycelium hersteld is, wordt er gekoeld met het oog op het introduceren van de knopvorming. Daartoe wordt de luchttemperatuur in 4 tot 5 dagen afgekoeld tot ongeveer 16 - 17°c. de composttemperatuur daalt dan geleidelijk naar 20°c.


7) Knopvorming

na het koelen duurt het nog ongeveer anderhalve week tot het begin van de oogst. In die periode worden de knoppen gevormd en groeien ze uit tot volwaardige champignons. De luchttemperatuur bedraagt dan 16 -17°c met een relatieve luchtvochtigheid tussen 88 – 91% en een CO2 gehalte tussen 800 a 1500ppm. Het is ìn deze fase dat door vakkennis aantal stuks, het gewicht en de kwaliteit wordt bepaald. Fouten die in deze fase worden gemaakt kunnen moeilijk rechtgezet worden en zijn belangrijk voor de kwaliteit. Hier gaat het om werken met zeer kleine marges.

Als het mycelium hersteld is, wordt er gekoeld met het oog op het introduceren van de knopvorming. Daartoe wordt de luchttemperatuur in 4 tot 5 dagen afgekoeld tot ongeveer 16 - 17°c. de composttemperatuur daalt dan geleidelijk naar 20°c.

8) De oogstperiode

De oogst van champignons verloopt in 'Vluchten' . elke week gedurende de oogstperioden verschijnt een vlucht champignons. De meeste bedrijven houden een oogstperiode van 2 of 3 weken of vluchten aan. In ons bedrijf beperken we ons tot 2 vluchten. Latere vluchten geven té weinig rendement en de kans op ziektes en plagen neemt toe. Tevens is de kwaliteit van een latere vlucht zodanig dat het niet meer voldoet aan de hoge kwaliteitseisen die de klanten eisen.

9) Leegmaken

Na doodstomen en afkoelen wordt de cel leeggemaakt. De afgewerkte compost of 'champost' wordt gebruikt als organische meststof in land- en tuinbouw. Het is uitermate geschikt voor siertuinen, borders en grasvelden. Het woord champost is een afleiding van 'afgewerkte champignoncompost'. Het is een mengsel van champignonsubstraat en dekaarde. Champost laat zich door de korte structuur gemakkelijk inwerken in de bodem.

10) Doodstomen

Na het plukken van de laatste champignons wordt de cel leeggemaakt.
Voorheen werd dit altijd inclusief de compost gedaan om zo eventuele organismen die schadelijk zijn voor de champignonteelt te doden. Op ons bedrijf halen we tegenwoordig echter de cel leeg voor het stomen om zo energiezuiniger te werk te gaan, er wordt dermate hygiënisch gewerkt dat het stomen met compost niet meer nodig is om ziekten te bestrijden. De cel wordt wel leeg even gestoomd namelijk 8 uur op 70° C , op deze manier gaan we zuiniger met het milieu om, en hebben we geen bestrijdingsmiddelen nodig. Deze fase is dus belangrijk voor het voorkomen van ziekten.